KERKTELEFOONNIEUWS JUNI 2005:

(ONT)KOPPELING

Nu het gebruik van kerktelefoon via andere alternatieven dan het vertrouwde KPN-net, steeds meer toeneemt, wil ik het hebben over de koppeling van de moderne 'Kerkzenders' aan de bestaande geluidsinstallatie.

Stukje historie.
Destijds is de norm LOK 1040 opgesteld om de luisteraars thuis de kerkdiensten mee te laten beleven alsof men in de kerk aanwezig is. Dat betekent ten eerste, dat een goede spraakverstaanbaarheid wordt geboden en dat de luisteraar thuis, tijdens de samenzang, verschoond blijft van een solerende predikant. Het is ook niet prettig om de volumeknop steeds weer harder of zachter te moeten zetten, bij de overgangen tussen muziek, c.q. zang en de spraak. In de norm zijn ook de toenmalige PTT-eisen overgenomen, m.b.t. de sterkte van het uitgezonden signaal (vooral begrenzing van te sterke signalen), de haalbare muziekkwaliteit, enzovoort.
Als de Norm goed wordt gehanteerd, is er een zeer goede (muziek)kwaliteit mogelijk, die enkel wordt beperkt tot spraakkwaliteit, als de luisteraar meer dan 2,5 km van de telefooncentrale of kabelverdeler af woont. Een andere beperking is natuurlijk de geluidsapparatuur bij de luisteraars thuis, de ketting is net zo sterk als de zwakste schakel. PTT plaatste vroeger een zogenaamde ZENDTRAFO tussen het PTT-net en de geluidsinstallatie in de kerk, met als doel een koppelpunt met veilige galvanische scheiding (4KV) aan te brengen. Door apparatuur toe te passen met een kerktelefoonuitgang die aan de norm voldeed, werd inmeten door de toenmalige transmissie meetdienst niet meer noodzakelijk.

Alternatieven
Ook voor de alternatieve en nieuwe vormen van Kerktelefoon is de norm LOK 1040 nog steeds adequaat. Soms kan de koppeling van een PC-geluidskaart in de kerkzender met de bestaande geluidsinstallatie nog wel eens voor problemen zorgen. In de geluidstechniek kennen we de zogenaamde 'Aardlussen', waarbij stoorstromen via de aardes voor bijgeluiden als brom, ruis, of hoorbare radiosignalen zorgen. Ontkoppeling, of het anders inrichten van de aarding is dan het toverwoord.
Is de zendtrafo van het voormalige KPN-net blijven zitten, dan heeft u geluk, want dan kan de kerkzender opnieuw via deze trafo worden aangesloten. De verbinding met het oude kerktelefoonnet moet dan wel zijn verwijderd. Is deze niet (meer) aanwezig bij een geluidsinstallatie die is ontworpen of heeft gefunctioneerd, conform de norm LOK 1040, dan biedt een simpele 'Ground Isolator' (2 trafootjes 1:1) een goede oplossing. Informatie kunt u bij de Commissie Techniek opvragen.


Een LPC 100 samen met een groundisolator

De bestaande installatie overzetten naar een nieuw systeem
In de praktijk kan het echter voorkomen, dat een installatie niet aan de norm LOK 1040 voldoet en u enkel een koppeling kunt maken met het 100 Volt luidsprekernet. Als Commissie Techniek zijn wij daar dan wel niet zo blij mee, maar voor de desbetreffende kerk is het wel noodzakelijk om vanwege de kostenbesparing z.s.m. over te schakelen naar een nieuw alternatief. De LOK biedt hiervoor een oplossing met behulp van een speciaal koppellid (type LPC-100), dat de geluidskaart in de PC of Kerkzender aanpast aan de hoge spanning van het 100 Volt luidsprekernet. Ook is de LPC-100 voorzien van een (4 KV) galvanische scheiding . Met een instelpotmeter is de uitgangsspanning aan te passen aan het benodigde niveau voor de uitzending. Naar keuze wordt de 100, 70 of 50 Volt luidsprekerspanning, aangesloten op de stekerbare schroefklemmen (2-polig). De uitgang is voorzien van een stereo jack 3,5mm en kan met een standaard 1:1 kabeltje (aan beide zijden een 3,5mm stereo plug) verbonden worden met de audio-ingang van de PC of kerkzender. Met de twee flenzen aan de zijkant van het kastje is deze ook snel op de wand te bevestigen, zonder dat het kastje open moet.

Willem Verhoog, Commissie Techniek