|
Schreeuwen tegen een dove helpt niet

Het komt nog al eens voor dat een horende herhaaldelijk een dove of slechthorende persoon aanspreekt, terwijl deze door blijft lezen en of een andere kant uitkijkt. Aarzel dan niet diegene aan te tikken en te vragen of hij/zij doof is. Kijk hem of haar aan. Een dove moet je gezicht zien om af te kunnen 'lezen' wat je zegt. Spreek zo duidelijk mogelijk; niet te langzaam, maar ook niet te vlug. Het is zinloos om tegen doven hard te praten. Zij kunnen je immers niet of heel moeilijk verstaan. Praat gewoon, maar duidelijk. Het is ook niet nodig heel dichtbij te komen. Als je afstand houdt kan een dove je beter 'verstaan' door het lezen van je mond.
Geen kauwgom.
Wanneer je binnensmonds praat, kan een dove je niet verstaan. Probeer dus goed te articuleren. Als je praat met iets in je mond, zoals kauwgom, kunnen doven je zeker niet verstaan. Mensen met een snor die hun lippen bedekt, worden door doven moeilijk verstaan. Praat zo veel mogelijk met natuurlijke gebaren en ook met mimiek. Dan begrijpt een dove je sneller. Als de omgeving donker is, kun je beter in het licht gaan staan. Dan kan een dove je mond duidelijker zien. Vergeet niet dat doven hun ogen hebben om te kunnen lezen wat je zegt.
Eén op één.
Een dove kan in een groep van horenden het gesprek vrijwel onmogelijk volgen. Zorg dat tijdens het gesprek een persoon aan het woord is. Een dove kan immmers niet twee of meer mensen tegelijk hun mond afzien. Een dove vraagt niet alle aandacht, maar wil er wel bij betrokken zijn.
Bovenstaand is overgenomen uit de Korpskrant Politie Utrecht met dank aan Jan de Vries.
Nu zult u zeggen, wat hebben wij er aan in de kerk. Op de eerste plaats moet het ook in de kerk zo zijn dat de mensen de spreker kunnen zien, dit bevordert de spraakverstaanbaarheid, ook bij horenden. Verder is het zo dat sprekers in de kerk er op gewezen moeten worden dat ze duidelijk moeten articuleren. Het bespreken van een microfoon is heel iets anders dan een gesprek thuis met een goed glas wijn. Ook hierbij geldt dat het niet zinvol is om erg langzaam te gaan spreken en zeker niet vlug. In een kerk heeft het geluid tijd nodig om de luisteraar te bereiken.
Als u verder doven of slechthorenden heeft in de kerk dan is het zinvol om voor hen plaatsen te reserveren zodat zij altijd daar kunnen zitten waar zij de voorganger goed kunnen zien en waar de ringleiding goed werkt. Ik ga er van uit dat in uw kerk een goed werkende ringleiding aanwezig is. En let u in dat kader ook eens op de verlichting van het liturgisch centrum.
Veel voorgangers hebben de verkondiging vaak helemaal uitgewerkt. In dat kader kan het zinvol zijn om te vragen of ze deze voor doven en slechthorenden een keer extra willen printen. Vaak een kleine moeite maar u doet de mensen er een groot plezier mee en ze blijven zich betrokken voelen bij de dienst in de gemeente.
Jan Huls
|