LOK-actueel september 2006:

Uitzenden kerkdiensten via de kabel

Het CAI-net oftewel Centrale Antenne Inrichting, is bij uitstek de juiste techniek voor een distributie systeem zoals bij Kerktelefonie het geval is. Het principe wordt weergegeven in onderstaande figuur.


Het audio-signaal of LF-signaal vanuit de kerk moet eerst worden omgezet in een HF-signaal met een bepaalde frequentie, zoals die door de kabelexploitant beschikbaar is gesteld. Hiervoor is een MODULATOR nodig. De voor dit doel gebruikte modulatoren kunnen meerdere kerktelefoonsignalen in 1 kanaal (frequentiegebied) stoppen (dit heet 'stapelen'). Momenteel zijn er modulatoren voor maximaal 7-, 21-, of 80-kanalen. Bij de luisteraars thuis is een speciale bij het systeem behorende ontvanger nodig. Met de modernere ontvangers is zelfs een keuze te maken uit maximaal 99-kanalen. Dit kan een mix zijn van Kerktelefoonzenders en normale FM-omroepzenders.

De Werking
De basis configuratie wordt duidelijk gemaakt in het blokschema van figuur_1. Hierbij is de Modulator in het kopstation van de kabelexploitant geplaatst. De kerken bieden het audiosignaal aan, aan de provider (sIKN). Deze zorgt ervoor dat het signaal in het kopstation van de kabel wordt aangeboden aan de ingangen van de modulator. Het gestapelde HF-signaal wordt bij de signalen van de omroepzenders gemengd en versterkt verdeeld naar de diverse KI-stations, die het signaal weer distribueren naar de aangesloten woningen.
In het verleden was het zo dat de lokale kerken zelf zaken moesten doen met kabelbedrijven. Zij moesten er ook zelf voor zorgen dat het signaal in het kopstation werd aangeboden en dat daar de juiste apparatuur werd geplaatst. Dit heeft in een aantal gevallen tot goede resultaten geleid. Er zijn echter ook verschillende voorbeelden bekend waar het niet mogelijk is gebleken kerktelefoon via de kabel aan te bieden. Nu er afspraken zijn gemaakt door sIKN met verschillende leveranciers is daar een einde aan gekomen.
De toelevering van de audiosignalen aan de modulator kon in het verleden afhankelijk van het systeem, op vier verschillende manieren.

  1. Via de retourband van de kabelexploitant, waarbij een simpele 1-kanaals modulator het signaal op de coax-kabel inkoppelt. Dit is dan een normale abonnee-aansluiting.(Buiten sIKN om)
  2. Via een ISDN inbelverbinding (buiten sIKN om)
  3. Via een vaste KPN-verbinding (huurlijn) (buiten sIKN om)
  4. Via een Integrale oplossing, dus een koppeling met Intranet, nu via sIKN.

Een minder vaak toegepaste variant is die, waarbij de Modulator in één van de kerkgebouwen is geplaatst, wat wel voordelen biedt t.o.v. figuur 1. Als een storing optreedt is zeer snel na te gaan waar de oorzaak van de storing zich bevindt (LF- of HF-gedeelte) en ook is een betere audiokwaliteit haalbaar. Hiervoor is echter een COAX kabelverbinding nodig naar een inkoppelpunt van de CAI, zoals het kopstation of b.v. het stadhuis (uitzending raadsvergaderingen of noodomroep).

Productinformatie is te vinden in APPENDIX 2 van de nieuwe handleiding. Van Orbitron worden het 7-kanaals GSRDm2 en het 21 kanaals KS21-systeem beschreven. Istreme levert een systeem van 80 kanalen dat bedoeld is voor plaatsing in het kopstation. De verschillende kabelexploitanten hebben ook een eigen voorkeur voor leveranciers, zodat de kerk meestal niet kan kiezen voor een leverancier en/of systeem. Deze keuze kan er wel zijn als de apparatuur wordt aangesloten op het interne CAI-net van een instelling.

Op dit moment heeft sIKN afspraken gemaakt met alle grote kabelexpoitanten en zij zorgen ervoor dat het signaal op de juiste wijze in het ontvangststation wordt aangeboden. Ook voor de kabelexploitanten heeft dit systeem duidelijk voordelen:

  • zij hebben nog maar te maken met één contractant;
  • de manieren van het aanbieden van het signaal is overal gelijk;
  • alle apparatuur is in alle ontvangststations gelijk.
Daarnaast zijn er ook voordelen voor de kerken:
  • zij kunnen ook mensen bereiken die niet in de eigen woonplaats wonen maar bijvoorbeeld in een buurgemeente;
  • zij kunnen met hetzelfde signaal ook mensen bereiken die geen kabelaansluiting hebben;
  • zij hoeven zich niet meer druk te maken over allerlei technische details en problemen;
  • het maakt niet uit waar het kopstation staat.

Eigenschappenen van een CAI-kerktelefoonsysteem

a) Besloten systeem

Doordat men gebruik maakt van digitale technieken ontstaat een besloten systeem. Binnen de kaders van de Auteurswet is de Kerk daardoor vrij in de keuze van de geboden signaalinhoud.

b) Kwaliteit
De audio-kwaliteit is afhankelijk van het gekozen systeem en wordt uiteindelijk bepaald door het audiogedeelte van de ontvanger, de ingebouwde versterker en luidspreker dus. Gesteld kan worden dat de ontvanger die momenteel worden aangeboden van goede kwaliteit zijn.

c) Flexibiliteit
De kabel is met een penetratie van 97% van alle woningen een goed alternatief voor de traditionele Kerktelefoon. Dit gegeven wordt echter hoofdzakelijk bepaald door de grote stedelijke gebieden. Op het platteland zijn de feiten anders en zijn maar weinig woningen in het buitengebied op het kabelnet aangesloten. De toepasbaarheid van het systeem is ook afhankelijk van de medewerking van de kabelexploitant. Voor de buitengebieden kan men ook kiezen voor de Integrale oplossing, waarbij de niet bekabelde woonhuizen voorzien worden van een Intranet ontvanger.
Is er wel een CAI-aansluiting aanwezig, dan is een snelle realisatie van een nieuwe of tijdelijke kerktelefoonvoorziening mogelijk.

d) Koppelingen
Koppellijnen zijn niet nodig omdat me uit verschillende kerkzenders kan kiezen. Het is binnen een woonplaats of regio wel verstandig om eenzelfde systeem te kiezen als men ook de andere kerken moet kunnen beluisteren. Veelal wordt dit ook afgedwonen omdat de kabelmaatschappijen bepalen welk systeem er gebruikt mag worden op hun net.