LOK-actueel DECEMBER 2006:

Slechthorenden in de gemeente van Christus (1).

door ds Tjerk van Dijk

Er is weinig zicht op hoeveel slechthorenden er zijn in onze kerken. En welke speciale zorg zij nodig hebben. Dit is erg jammer. En ook niet goed. Want iedereen zal begrijpen: er zijn veel meer slechthorende mensen dan dove mensen. (Meer dan tien procent van de Nederlandse bevolking heeft gehoorproblemen!) Dit is natuurlijk ook zo in de kerk. Kijk maar rond in je eigen gemeente. Hoeveel dove gemeenteleden zijn daar? Heel weinig of geen. Maar hoeveel broers of zussen van je zijn slechthorend? Als je er goed over nadenkt, kun je zo een paar noemen. Waarschijnlijk zijn dit vooral oude mensen. Omdat bij veel mensen op leeftijd het gehoor achteruit gaat. Toch zijn er ook jonge(re) mensen die niet goed kunnen horen. Soms slechthorend geboren. Soms later pas geworden. Toen ze acht jaar waren. Of achtentwintig. Of… Dat is heel verschillend. En ook de oorzaak van hun slechthorendheid kan erg verschillen. Maar voor iedereen is hetzelfde: je kunt niet goed meer horen. En wat betekent dat? Wat zijn de gevolgen voor de slechthorende zelf? En voor zijn omgeving? Veel mensen hebben hier geen idee van. Dit komt vooral, omdat het grootste probleem van slechthorendheid is dat je het niet kunt zien. Slechthorendheid wordt wel genoemd: de onzichtbare handicap. Iemand met een blindenstok of in een rolstoel zie je. Dus kun je er rekening mee houden. Maar iemand met een gehoorapparaat valt niet op. Bovendien lijk je als slechthorende nog wel goed te functioneren. Dus wordt er weinig rekening mee gehouden. En dus zijn de gevolgen nog groter! Daarom is het goed hier informatie over te krijgen.

Wat is  slecht horen? Niet alleen: alle geluiden en woorden zachter binnen krijgen. Het is vaak ook: alle geluiden en woorden worden vervormd. Dit komt omdat bepaalde tonen wegvallen. Vooral hoge tonen zijn moeilijk. Bij het spreken hoor je dus veel medeklinkers niet meer! (Probeer je dat maar eens voor te stellen: woorden en zinnen en gesprekken moeten volgen. Zonder dat je de medeklinkers goed hoort…) En een gehoorapparaat helpt wel. Maar geeft nooit je oude, goede gehoor terug. Bovendien is horen niet alleen: geluiden opvangen. Maar ook: uitleggen en herkennen. (‘O ja, nu wordt dat gezegd.’ ‘O ja, er komt een brommer aan.’) Horende mensen doen dat bijna automatisch. Maar gaat het opvangen van geluiden niet goed meer? Dan moet je dus steeds meer voor jezelf uitleggen en herkennen en invullen. Hoe minder jij hoort, hoe meer jij moet aanvullen. En des te vaker gaat dat fout: je hoort iets anders, dan in werkelijkheid is gezegd. Iedereen begrijpt dat dit erg veel energie kost. Steeds maar extra goed opletten. Steeds maar kijken naar de mond van die ander: wat zegt hij precies? Steeds maar proberen woorden te herkennen. Steeds maar invullen wat je niet hoorde. Je wordt er moe van! Veel slechthorende mensen komen dan ook thuis uit hun werk. En hebben helemaal nergens meer zin in… Of ze kunnen in de kerk de preek goed volgen. Maar thuis weten ze bijna niet meer waar het over ging. Het kostte zoveel inspanning alles goed te horen, dat het ook opnemen en begrijpen niet meer wil…

Daar komt bij: meestal ontstaat slechthorendheid heel geleidelijk. Dus ook de slechthorende persoon zelf merkt er weinig van. In het begin.  Begint het echt tot je door te dringen, dan is het vaak al een hele tijd bezig. (De meeste mensen beginnen pas aan een gehoorapparaat tien jaar na het eerste gehoorverlies!) Vaak wordt jouw slechthorendheid het eerst gemerkt door de mensen in je nabije omgeving (je man of vrouw, kind of collega’s). Jij zet de TV steeds harder. Je hoort de bel niet meer. Je geeft antwoorden die niet passen bij de vraag. In een vergadering moeten steeds vaker zinnen herhaald worden. Telefoongesprekken willen niet meer. Je kunt er erg onzeker van worden. En het gevaar is erg groot, dat jij je gaat isoleren van de mensen om je heen. Want alle communicatie gaat voortaan met hobbels. Eén op één gaat nog wel. (Als je tenminste tegenover elkaar zit!) Maar een gesprek met meerdere personen wil vaak niet meer. Je mist steeds meer waar het over gaat. En er komen steeds vaker vervelende reacties. Omdat mensen het niet aan je kunnen zien. En omdat jijzelf liever niet zegt dat je niet goed (meer) kan horen. Je hoopt wel op begrip en meeleven. Maar verschillende keren krijg je ergernis. (Je moet immers steeds weer vragen: “Wat zei je net?”) En dus trek jij je maar terug. Het is zo vermoeiend. Je bent er zat van. Elke keer zelf aangeven: ik kan niet goed horen. Elke keer weer vragen om herhalingen. Op een gegeven moment doe je het niet meer. Met als gevolg: je mist nog veel meer. En je komt in een steeds groter isolement. Overal waar groepen zijn? Jij gaat er niet meer heen. Geen verjaardagsfeest van je zwager. Geen receptie van je collega. Geen wijkavond van je kerk. Slechthorenden moeten eigenlijk altijd op hun tenen lopen. Het enige moment dat ze er geen last van hebben, is: als ze alleen zijn… Daarom maken veel slechthorende mensen zich zorgen over hun toekomst. En vooral: hun oude dag. Zal er dan nog veel meer eenzaamheid komen? Daarom is het ontzettend belangrijk contact met je slechthorende broer of zus te hebben en te houden. In een volgend artikel meer hier over.

Ds. Tjerk van Dijk, Zwolle.
Predikant voor doven en slechthorenden,

tel. 038 – 460 75 93 / 460 70 94 (fax),
e-mail:
tjerkvandijk@home.nl