LOK-actueel DECEMBER 2007
|
Spraakverstaanbaarheid
(deel 2) Even het geheugen opfrissen: In deel 1 heb ik het gehad over de zaken die in belangrijke mate de spraakverstaanbaarheid beïnvloeden. Dat zijn:
1.
1.
Frequentieoverdracht, Voor een toelichting op deze begrippen verwijs ik u graag naar het septembernummer van ons blad, waarin deel 1 van deze bijdrage is gepubliceerd. In die bijdrage ben ik ingegaan op de invloed die de keuze en de plaatsing van de luidsprekers hierop hebben. In dit deel wil ik ingaan op diezelfde facetten, maar dan horend bij de microfoons. Een aantal dingen die ik eerder over de luidsprekers heb verteld, zijn als uitgangspunt ook van toepassing op een microfoon. Dat is ook wel logisch, als je beseft dat beide hetzelfde werkingsprincipe hebben. Alleen waar de luidspreker elektrische stroompjes omzet in luchttrillingen, doet de microfoon dat precies andersom: de microfoon ”vertaalt” trillingen van de lucht in elektrische stroompjes. De centrale vraag is natuurlijk: wat is een goede microfoon? Als die vraag met één antwoord te antwoorden zou zijn, dan hadden we natuurlijk niet zo’n groot aanbod van microfoons! De vraag moet dan ook specifieker worden gemaakt, allereerst door het toevoegen van het woordje “voor”, dus “wat is een goede microfoon voor …. “. En op de puntjes komt dan in ons geval: “ … het gebruik voor spraak” Eigenlijk is het net als met het kopen van een auto; ook dan kan je niet volstaan met één merk en type. Wat een goede auto is, hangt af van waarvoor je hem nodig hebt, welke eisen je stelt aan het gebruik en last but not least: welk budget je ervoor hebt. Maar natuurlijk zijn er wel een aantal eigenschappen op te noemen, die een goede auto kenmerken: betrouwbaarheid, veiligheid, eenvoudig in gebruik en een goede kwaliteit/prijs verhouding. Bij een microfoon is dat niet veel anders, maar de kenmerken zijn natuurlijk wel verschillend van die van een auto. Het belangrijkste kenmerk van een microfoon is zijn vermogen om de verschillende frequenties gelijkmatig weer te geven. En dat is niet het zelfde als alle frequenties in gelijke mate weergeven! Waar het hier om gaat is, dat er in de frequentieweergavekarakteristiek geen pieken en dalen zitten, maar dat het een mooie vloeiende lijn is. Of die lineaalrecht is tussen 20 en 20 000 Hz is voor spraakweergave van minder belang. Sterker nog: net als bij de luidsprekers, is het frequentiegebied dat voor de verstaanbaarheid van belang is maar beperkt van omvang. Denkt u maar weer even aan de telefoon (met het spreekwoordelijke telefoongeluid): niet erg mooi om te horen, maar wel heel goed te verstaan. Nu is het voor de meeste microfoons geen enkel probleem om frequenties tussen pakweg 100 en 12000 Hz weer te geven. Dat is aan de hoge kant al één en aan de lage kant zelfs meer dan twee octaven meer dan we voor een goede spraakverstaanbaarheid nodig hebben! De omvang van het weer te geven frequentiespectrum is dus eigenlijk nooit een beperking. Dat van die gelijkmatige weergave is veel meer een probleem. Maar hoe microfoons in dat opzicht presteren blijkt eigenlijk nooit uit al die mooie folders waarin de microfoon staan afgebeeld. Daarin wordt altijd ingespeeld op het gangbare gevoel, dat juist de breedte van het weer te geven frequentiespectrum het hoogste goed is. Dus wordt er kwistig gestrooid met “van … tot … Hz” getallen. Overigens meestal zonder dat daar de niveaugrenzen bij aangegeven staan (in de praktijk meestal -10 dB t.o.v. 1000Hz). En als er al een plaatje bijzit van een frequentieweergavekarakteristiek, dan is die altijd zodanig “bewerkt”, dat de pieken en dalen sterk zijn afgevlakt (de goede hier niet te na gesproken)!
Wie
wel eens een echte plot heeft gezien van zo’n karakteristiek (bij meetmicrofoons
zitten die erbij, bijvoorbeeld) weet dat de werkelijkheid er heel wat grilliger
uitziet dan die mooie plaatjes! En dan hebben we het over de hele goede
microfoons (zie bijvoorbeeld de plot van de AKG C12)!! Als u nu het gevoel heeft, dat u met deze informatie nog niet zo erg veel verder komt bij uw keuze, dan heeft u daar eigenlijk wel gelijk in. Althans in die zin, dat papieren specificaties u in dit opzicht niet veel verder helpen. Kennis van de producten op de markt en vooral ervaring zijn in dit opzicht belangrijkere raadgevers dan specificaties en brochures. Toch is er nog wel wat houvast te bieden bij het maken van de juiste keuze en wel door het zoekgebied nog aanzienlijk te verkleinen. Dat heeft dan (zoals hierboven al vermeld) vooral te maken met de toepassing van de microfoon. Veel microfoons zijn namelijk geoptimaliseerd voor het doel waarvoor ze worden toegepast. Het bekendste voorbeeld daarvan is de zgn. zang- of vocalistenmicrofoon. Dit type microfoon wordt veelal in de hand genomen en altijd heel dichtbij de mond gebruikt. Veel mensen vinden het aangenaam als zangstemmen een warme klank hebben, maar ze moeten ook een zekere een zekere “aanwezigheid” of “presence” hebben om de zang goed van de overige klanken te onderscheiden. Om die reden heeft de zangmicrofoon een bultje in de weergave van de middentonen van zo’n 5 dB (zie de figuur van de SM58)
Het
bekendste voorbeeld op dit gebied is de Shure SM58, als sinds jaar en dag hét
werkpaard op de bühne. Maar niet in de eerste plaats omdat het zo’n geweldig
klinkende microfoon is! Er zijn langzamerhand veel betere. Hij is echter bij
veel technici goed bekend dus die weten precies hoe ze hem moeten inregelen om
een goede klank te krijgen. Er is waarschijnlijk geen microfoon die –in ieder geval qua vormgeving- zoveel gekopieerd is als de SM58. De karakteristieke bol (die niets anders is dan een stevige beschermingskorf met een ingebouwde plofkap) en de conische schacht zijn heel karakteristiek door talloze microfoons nagemaakt. Deze microfoon heeft nog een ander kenmerk, dat hem geschikt maakt voor gebruik op het podium en dat is zijn richtinggevoeligheid. De microfoon is voor geluiden recht van voren veel gevoeliger, dan voor geluiden van achteren (een factor 4 tot 10). Dat is van groot belang, omdat recht voor de artiest meestal een zogenaamde monitor luispreker op de grond ligt, waardoor hij zijn eigen stem kan horen. Rondzingen ligt hier dus heel dicht op de loer. Uit het bijgevoegde diagram van een zgn. cardioide richtingkarakteristiek ziet u echter ook, dat de demping van opzij al een heel stuk geringer is. Dat is nog hooguit een factor 2 (6 dB). Die richtinggevoeligheid is helaas echter ook in hoge mate verantwoordelijk voor de grilligheid in de weergavekarakteristiek van dit type microfoons. Van “nature” zijn microfoons namelijk rondom gevoelig, dat wil zeggen dat ze het geluid uit alle richtingen even sterk weergeven. Om ze richtinggevoelig te maken moeten de trillingen die niet recht van voren komen worden verzwakt en dat gebeurt door mechanische voorzieningen als gaten en sleuven in het microfoonhuis aan te brengen. Dat is echter een gecompliceerde opgave en lukt nooit voor alle frequenties even goed. U begrijpt dat zoiets kostenverhogend werkt en dat verklaart een deel van het prijsverschil tussen goedkope en dure microfoons. Dat
richtinggevoelig maken heeft nog een effect: lage tonen worden van heel dichtbij
veel sterker weergegeven dan de rest. Van dit zogenaamde “proximity effect”
maken zangers graag gebruik, omdat dit de nodige warmte (= sterkere
laagweergave) aan hun stem geeft. U begrijpt, dat we daar uit een oogpunt van
spraakverstaanbaarheid nu net niet op zitten te wachten!
Betekent dat nu dat een zangmicrofoon in de kerk niet
te gebruiken is? Nee, dat betekent het niet, maar je moet wel rekening
houden met zijn eigenschappen en beperkingen. Laten we daartoe nog eens kijken
naar de drie zaken die ik in het begin van het artikel noemde.
Het gebruik
van specifieke spraakmicrofoons heeft ook nog andere voordelen. Maar voordat dit
u duidelijk wordt, moet ik eerst nog iets vertellen over het werkingsprincipe
van een microfoon.
Door de
ontwikkelingen in de techniek zijn condensatormicrofoons –in tegenstelling tot
vroeger- niet zo duur meer en … zijn ze heel klein te maken. Dat is wederom voor
kerkgebruik erg interessant, omdat uiteindelijk ook het esthetische aspect
dikwijls een belangrijke rol speelt. Op dit moment is het daardoor mogelijk een
mooie slanke microfoon op een zwanenhals te maken, geoptimaliseerd voor spraak,
die in alle opzichten zal voldoen en nog erg onopvallend is bovendien. Een
nadeel is hooguit dat deze microfoons een externe voedingsspanning nodig hebben,
maar steeds meer versterkers bieden die mogelijkheid al.
Tenslotte:
Wij van de
LOK zijn bij uitstek in staat u te helpen bij het formuleren van de eisen en
criteria, waaraan uw technische voorzieningen moeten voldoen. Maar wij zullen u
nooit adviseren altijd product X of apparaat Y te kopen. Er zijn namelijk altijd
verschillende wegen die naar Rome leiden en die keuze is aan u. Maar als u naar
Rome wilt, dan is het wel belangrijk dat u niet in Londen komt! En dan is het
wel handig als er een organisatie is die u in ieder geval de goede richting
wijst. |