Dick Scheepstra is bestuursvoorzitter van de LOK. Daarnaast is hij ook voorzitter van de LPB. Een paar jaar geleden constateerden de besturen van deze beide organisaties dat er heel wat raakvlakken waren in de uitvoering van activiteiten. Men heeft elkaar daarin gevonden en sindsdien is er een goede samenwerking op gang gekomen. 

Vertel eens iets over jezelf, je werk en je hobby’s.

“De LOK is op mijn pad gekomen vanuit Stichting De Luisterpost|Bralectah (LPB / www.luisterpost.nl). Als LPB, waarvan ik al vele jaren voorzitter ben, hebben wij vele raakvlakken met het werk van de LOK. Gesprekken op bestuursniveau leidden tot de constatering dat de beide organisaties elkaar konden versterken en samenwerking toegevoegde waarde zou hebben. Beide organisaties bleven zelfstandig, maar via personele unies werd de samenwerking ook op bestuurlijk vlak goed geregeld. Zo werd ik ook voorzitter van de LOK, een organisatie waar ik wel van gehoord had, maar nog weinig mee te maken had gehad.

Ik ben tientallen jaren actief geweest als directie van grote openbare bibliotheekorganisaties  en daarna sinds ruim 10 jaar met veel plezier  actief als consultant in de bibliotheekwereld, het archiefwezen en de  museale sector, met uitstapjes in de commerciële wereld. Momenteel ben ik o.a. interim-manager van de bibliotheek van de Hoge Raad. Hobby’s zijn vrijwilligerswerk (te veel), reizen en filmen (nog te weinig, maar wordt ingehaald als en voordat de geraniums in zicht komen)”.

Wat vindt je belangrijk aan kerktechniek en speel jij daarin een rol?

“Als oud-voorzitter van de Commissie van Beheer van de historische Kapelkerk in het centrum van Alkmaar heb ik veel te maken gehad met geluidsproblemen.  Als ik geweten had dat de LOK op dit terrein zo veel kan betekenen voor plaatselijke kerken, waren onze problemen eerder en goedkoper opgelost geweest. Die relatieve onbekendheid van de LOK, ondanks de ruim 600 kerken die lid zijn, is één van de zaken waar ik mij speciaal voor wil inzetten door het aangaan van samenwerking met verwante organisaties en uiteraard door meer aan de weg te timmeren. De snelle opkomst van kerk-TV is een argument te meer, omdat op dit terrein nog heel veel kwaliteitsverbetering valt te realiseren”.

De kerken zitten lang niet meer zo vol als jaren geleden.
Houden de moderne technieken de mensen niet gemakkelijk uit de kerk?

“Moderne technieken kunnen gezien worden als een bedreiging. Men hoeft niet meer naar de kerk omdat je op elk moment op elk ‘device’ ook geestelijk voedsel kunt consumeren. Ik zie het als een uitdaging om als kerk die nieuwe mogelijkheden van de sociale media juist in te zetten om te werken aan Gods Koninkrijk op deze aarde. Om die reden ook heeft bijvoorbeeld de LPB de website www.opkijken.nl ontwikkeld als instrument om geestelijke toerusting te ondersteunen met nieuwe media. Een deelsite wordt apart in de markt gezet voor beamteams, alweer een terrein met raakvlakken”.

Is er wel voldoende aandacht bij kerkbestuurders voor de techniek?

“Het is jammer om te constateren dat kerkbestuurders zich te weinig bewust zijn dat de techniek geen probleem moet zijn, maar juist een mogelijkheid zijn om de kwaliteit van de kerkdiensten en het communiceren met ‘de buitenwereld’ te verbeteren. Dit is echter vaak specialistenwerk dat je niet te gemakkelijk moet laten oplossen door een leverancier. Juist in probleemsituaties kan de ervaring en kennis van de LOK-medewerkers en vrijwilligers een grote toegevoegde waarde hebben. Vaak gaat het om een forse investering voor een reeks van jaren”.

Welke uitdaging zie je voor de LOK?

“Het is de uitdaging voor de LOK om meer in beeld te komen als partner van kerkbesturen, voor geluid maar in toenemende mate ook voor beeld.  Dit vanuit een eigen positie,  maar waar mogelijk samenwerkend met leveranciers, verwante organisaties en als het noodzakelijk is ook als belangenorganisatie”.

Alkmaar, april 2014.