“Ik was in een kerk, waar men klachten had over de ringleiding. Aan de LOK was gevraagd te onderzoeken en te adviseren over een oplossing.

Op een bepaald punt wist ik het even niet meer. Nu kon het eigenlijk alleen nog aan de lus liggen. Misschien kortsluiting? Of …. ? Ik besloot maar eens de ohmse weerstand van de lus te meten. Gelukkig hebben we daar geschikte meetapparatuur voor! Daarbij werd al direct duidelijk dat er weliswaar twee lussen parallel lagen, maar dat dit geen identieke draden waren. Toen begon mij iets te dagen…

Uit mijn verhaal blijkt: doe niet te lichtzinnig vooronderstellingen zonder te controleren, want ook kleine verschillen kunnen grote gevolgen hebben!”

De kerk in kwestie bleek een vrij oude kerk met een nieuwe aanbouw. Er was een enigszins L-vormige ruimte ontstaan. De ringleiding lag, volgens zeggen, in de gehele ruimte langs de wanden. De beheerder wist ook te vertellen dat het een enkele lus was, waaraan hij onlangs een tweede, daaraan parallel liggende, draad had toegevoegd om de draadweerstand te verlagen. Op zich is dat een goed idee bij moderne stroomsturende versterkers. Die zien graag een ohmse weerstand van niet meer dan 1,5 Ohm aan hun uitgang.

Het eerste wat ik in zo’n geval doe, is de spraakweergave via de luidsprekers beoordelen. Want als die niet goed is, zal het ringleidingsignaal vaak ook niet goed zijn. Aan de spraakweergave mankeerde niets; integendeel, die was uitstekend.

De volgende stap is dan om eens te kijken naar de veldsterkte en het ringleiding signaal te beluisteren. Nou, dat was al snel helder; er was nauwelijks sprake van enige veldsterkte! Die was dus duidelijk veel te laag.

Misschien iets mis dus met de versterker of misschien een slechte of ongeschikte versterker? Maar opnieuw het tegenovergestelde. Er stond een zware, “echte” ringleidingversterker van een goed merk en de stroomsterkte ledjes gaven aan dat er ook flink wat stroom in de lus werd gestuurd. Nou wil dat ook wel eens gebeuren als de versterker staat te oscilleren, bijv. doordat het RL-signaal inductief teruggekoppeld wordt naar het ingangssignaal. Om dat uit te sluiten heb ik de toongenerator rechtstreeks op de ingang gezet en de versterker flink uitgestuurd. De gemeten veldsterke bleef echter nog steeds (veel) te laag, ondanks de (volgens de meter) grote lusstroom!

Op dit punt wist ik het even niet meer. Nu kon het eigenlijk alleen nog aan de lus liggen. Misschien kortsluiting? Of …. ? Ik besloot maar eens de ohmse weerstand van de lus te meten (gelukkig hebben we daarvoor geschikte meetapparatuur)!

Daarbij werd al direct duidelijk dat er weliswaar twee lussen parallel lagen, maar dat dit geen identieke draden waren. Toen begon mij iets te dagen.

De weerstandsmeting bevestigde mijn vermoeden: de lussen hadden een iets verschillende weerstand. Verklaart dat dan die slechte veldsterkte? Jawel, want wat ik eerder had uitgesloten, bleek nu toch mogelijk te zijn: de lussen waren in tegenfase aangesloten! Als ze identiek zouden zijn, dan moet er in zo’n situatie helemaal geen veldsterkte over blijven. Vandaar dat ik er eigenlijk als vanzelfsprekend vanuit gegaan was, dat dit niet het geval kon zijn. Maar nu ze verschillend bleken, loopt er dus ook een verschillende stroom door de beide lussen en doven ze elkaar niet volledig uit! Dan blijft er dus een beetje veldsterkte over.

De aansluiting omdraaien, leidde dus ook direct tot een dijk van een signaal; aanvankelijk veel te hard, maar dat was eenvoudig op te lossen. En daarmee was ook het probleem opgelost.

Hieruit blijkt: ook kleine verschillen kunnen grote gevolgen hebben!

Vond u dit artikel nuttig?

NeeJa
(43,10% vond dit nuttig)
Laden...